Naar de inhoud

fusioneren

samensmelten, fuseren, een fusie aangaan

fusioneren

werkwoord

Betekenis

  1. samensmelten, fuseren, een fusie aangaan

Vervoeging van fusioneren

fusionerenhele werkwoord — fusioneerdeverleden tijd enkelvoud — fusioneerdenverleden tijd meervoud — gefusioneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fusioneer fusioneerde
jij fusioneert fusioneerde
hij, zij, het fusioneert fusioneerde
wij fusioneren fusioneerden
jullie fusioneren fusioneerden
zij fusioneren fusioneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefusioneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefusioneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefusioneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefusioneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefusioneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefusioneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefusioneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefusioneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
fusioneer gebiedende wijs
fusioneerde verleden tijd
fusionere aanvoegende wijs
fusionerend onvoltooid, deelwoord
gefusioneerd verleden tijd, deelwoord
gefusioneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefusioneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefusioneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefusioneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefusioneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefusioneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefusioneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefusioneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefusioneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefusioneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefusioneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefusioneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefusioneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefusioneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefusioneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefusioneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefusioneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefusioneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te fusioneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefusioneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen fusioneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefusioneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefusioneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefusioneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefusioneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefusioneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefusioneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefusioneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefusioneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefusioneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefusioneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefusioneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefusioneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefusioneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen fusioneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefusioneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefusioneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefusioneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult fusioneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefusioneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefusioneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefusioneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse fusionner (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van fusioneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fusioneer gebiedende wijs fusioneren
fusioneerde verleden tijd fusioneren
fusioneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon fusioneren
fusioneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon fusioneren
fusionere aanvoegende wijs fusioneren
fusionerend onvoltooid deelwoord fusioneren
fusionerende woordvorm fusioneren
gefusioneerd voltooid deelwoord fusioneren
gefusioneerde woordvorm fusioneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fusioneren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fusioneren

Wat betekent fusioneren?
Fusioneren is een werkwoord. Het woord betekent: samensmelten, fuseren, een fusie aangaan.
Hoe vervoeg je fusioneren?
Je vervoegt fusioneren als volgt: de tegenwoordige tijd is fusioneer, de verleden tijd is fusioneerde en het voltooid deelwoord is gefusioneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fusioneren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. U 4
  3. S 2
  4. I 1
  5. O 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fusioneren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. U 2
  3. S 2
  4. I 2
  5. O 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fusioneren in het kort

fusioneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van fusioneren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort fusioneren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

fusioneren: samensmelten, fuseren, een fusie aangaan
Deel fusioneren — standaardnederlands.nl