Naar de inhoud

fronsen

de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen

fronsen is meer dan één woord

fronsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen

Vervoeging van fronsen

fronsenhele werkwoord — fronsteverleden tijd enkelvoud — fronstenverleden tijd meervoud — gefronstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik frons fronste
jij fronst fronste
hij, zij, het fronst fronste
wij fronsen fronsten
jullie fronsen fronsten
zij fronsen fronsten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefronst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefronst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefronst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefronst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefronst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefronst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefronst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefronst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
frons gebiedende wijs
fronse aanvoegende wijs
fronsend onvoltooid, deelwoord
fronste verleden tijd
gefronst verleden tijd, deelwoord
gefronst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefronst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefronst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefronst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefronst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefronst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefronst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefronst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefronst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefronst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefronst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefronst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefronst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefronst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefronst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefronst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefronst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefronst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te fronsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefronst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen fronsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefronst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefronst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefronst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefronst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefronst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefronst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefronst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefronst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefronst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefronst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefronst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefronst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefronst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefronst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefronst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefronst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefronst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt fronsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefronst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefronst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen fronsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefronst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefronst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefronst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult fronsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefronst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefronst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefronst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord frons

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tot rimpels samentrekken (van voorhoofd)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1619

Woordfamilie van fronsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fronse aanvoegende wijs fronsen
fronst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon fronsen
fronste verleden tijd fronsen
fronsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon fronsen
gefronst voltooid deelwoord fronsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fronsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fronsen

Wat betekent fronsen?
Fronsen is een werkwoord. Het woord betekent: de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen.
Hoe vervoeg je fronsen?
Je vervoegt fronsen als volgt: de tegenwoordige tijd is frons, de verleden tijd is fronste en het voltooid deelwoord is gefronst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fronsen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fronsen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

fronsen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

fronsen in het kort

fronsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van fronsen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort fronsen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

fronsen: de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen
Deel fronsen — standaardnederlands.nl