front
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorkant, voorzijde
- voorste gevechtslinie van een leger in een oorlog, frontlinie
- de begrenzing tussen twee luchtmassa's met een andere temperatuur
- voorhoofd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fronten | meervoud |
| frontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| frontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorzijde’ voor het eerst aangetroffen in 1683
Woordfamilie van front
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fronten | meervoud | front |
| frontje | verkleinwoord | front |
| frontjes | verkleinwoord meervoud | front |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van front zijn vastgelegd.