Naar de inhoud

frituren

bereiden door middel van onderdompelen|onderdompeling in heet|hete olie of vet

frituren is meer dan één woord

frituren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. bereiden door middel van onderdompelen|onderdompeling in heet|hete olie of vet

werkwoord

  1. bereiden door middel van onderdompeling in hete olie of vet transitive

Vervoeging van frituren

friturenhele werkwoord — frituurdeverleden tijd enkelvoud — frituurdenverleden tijd meervoud — gefrituurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik frituur frituurde
jij frituurt frituurde
hij, zij, het frituurt frituurde
wij frituren frituurden
jullie frituren frituurden
zij frituren frituurden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gefrituurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefrituurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefrituurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefrituurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefrituurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefrituurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefrituurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefrituurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
friture aanvoegende wijs
friturend onvoltooid, deelwoord
frituur gebiedende wijs
frituurde verleden tijd
gefrituurd verleden tijd, deelwoord
gefrituurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrituurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefrituurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefrituurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefrituurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefrituurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefrituurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefrituurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefrituurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrituurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrituurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te frituren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefrituurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen frituren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt frituren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefrituurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen frituren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult frituren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefrituurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord frituur

Woordfamilie van frituren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
friturend onvoltooid deelwoord frituren
friturende woordvorm frituren
frituurde verleden tijd frituren
frituurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon frituren
frituurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon frituren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frituren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over frituren

Wat betekent frituren?
Frituren is een werkwoord. Het woord betekent: bereiden door middel van onderdompelen|onderdompeling in heet|hete olie of vet. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je frituren?
Je vervoegt frituren als volgt: de tegenwoordige tijd is frituur, de verleden tijd is frituurde en het voltooid deelwoord is gefrituurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord frituren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. T 2
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

frituren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. T 2
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

frituren in het kort

frituren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van frituren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort frituren bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

frituren: bereiden door middel van onderdompelen|onderdompeling in heet|hete olie of vet
Deel frituren — standaardnederlands.nl