Naar de inhoud

frazelen

onverstaanbaar murmelen, geluidjes maken, zacht prevelen

frazelen

werkwoord

Betekenis

  1. onverstaanbaar murmelen, geluidjes maken, zacht prevelen

Vervoeging van frazelen

frazelenhele werkwoord — frazeldeverleden tijd enkelvoud — frazeldenverleden tijd meervoud — gefrazeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik frazel frazelde
jij frazelt frazelde
hij, zij, het frazelt frazelde
wij frazelen frazelden
jullie frazelen frazelden
zij frazelen frazelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
frazel gebiedende wijs
frazelde verleden tijd
frazele aanvoegende wijs
frazelend onvoltooid, deelwoord
gefrazeld verleden tijd, deelwoord
gefrazeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrazeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefrazeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefrazeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefrazeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefrazeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefrazeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefrazeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefrazeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrazeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrazeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te frazelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefrazeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen frazelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt frazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefrazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen frazelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult frazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefrazeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

frequentatief gevormd uit emfatische vorm van vazen "verward praten" met het achtervoegsel -el

Woordfamilie van frazelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
frazel gebiedende wijs frazelen
frazelde verleden tijd frazelen
frazelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon frazelen
frazele aanvoegende wijs frazelen
frazelend onvoltooid deelwoord frazelen
frazelende woordvorm frazelen
frazelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon frazelen
gefrazeld voltooid deelwoord frazelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frazelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over frazelen

Wat betekent frazelen?
Frazelen is een werkwoord. Het woord betekent: onverstaanbaar murmelen, geluidjes maken, zacht prevelen.
Hoe vervoeg je frazelen?
Je vervoegt frazelen als volgt: de tegenwoordige tijd is frazel, de verleden tijd is frazelde en het voltooid deelwoord is gefrazeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord frazelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

frazelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

frazelen in het kort

frazelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van frazelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort frazelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

frazelen: onverstaanbaar murmelen, geluidjes maken, zacht prevelen
Deel frazelen — standaardnederlands.nl