freak
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een fanatiekeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| freakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| freakjes | verkleinwoord, meervoud |
| freaks | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van freaken
- gebiedende wijs van freaken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van freaken
Vervoeging van freak
freakhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘fanaat, fanatiekeling’ voor het eerst aangetroffen in 1971
Woordfamilie van freak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| freakje | verkleinwoord | freak |
| freakjes | verkleinwoord meervoud | freak |
| freaks | meervoud | freak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van freak zijn vastgelegd.