fotokopiëren
werkwoordBetekenis
- een fotokopie maken van iets
Vervoeging van fotokopiëren
fotokopiërenhele werkwoord — fotokopieerdeverleden tijd enkelvoud — fotokopieerdenverleden tijd meervoud — gefotokopieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fotokopieer | fotokopieerde |
| jij | fotokopieert | fotokopieerde |
| hij, zij, het | fotokopieert | fotokopieerde |
| wij | fotokopiëren | fotokopieerden |
| jullie | fotokopiëren | fotokopieerden |
| zij | fotokopiëren | fotokopieerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gefotokopieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefotokopieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefotokopieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefotokopieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefotokopieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefotokopieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefotokopieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefotokopieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| fotokopieer | gebiedende wijs |
| fotokopieerde | verleden tijd |
| fotokopiëre | aanvoegende wijs |
| fotokopiërend | onvoltooid, deelwoord |
| gefotokopieerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefotokopieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefotokopieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefotokopieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefotokopieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefotokopieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fotokopiëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefotokopieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fotokopiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefotokopieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fotokopiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fotokopiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefotokopieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Naamwoord van handeling van kopiëren met het voorvoegsel foto-
Woordfamilie van fotokopiëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fotokopieer | gebiedende wijs | fotokopiëren |
| fotokopieerde | verleden tijd | fotokopiëren |
| fotokopieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fotokopiëren |
| fotokopieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fotokopiëren |
| fotokopiëre | aanvoegende wijs | fotokopiëren |
| fotokopiërend | onvoltooid deelwoord | fotokopiëren |
| fotokopiërende | woordvorm | fotokopiëren |
| gefotokopieerd | voltooid deelwoord | fotokopiëren |
| gefotokopieerde | woordvorm | fotokopiëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fotokopiëren zijn vastgelegd.