Naar de inhoud

flodderen

lubberen, te ruim zitten

flodderen

werkwoord

Betekenis

  1. lubberen, te ruim zitten
  2. slordig werke

werkwoord

  1. slordig werken intransitive

Vervoeging van flodderen

flodderenhele werkwoord — flodderdeverleden tijd enkelvoud — flodderdenverleden tijd meervoud — geflodderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik flodder flodderde
jij floddert flodderde
hij, zij, het floddert flodderde
wij flodderen flodderden
jullie flodderen flodderden
zij flodderen flodderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
flodder gebiedende wijs
flodderde verleden tijd
floddere aanvoegende wijs
flodderend onvoltooid, deelwoord
geflodderd verleden tijd, deelwoord
geflodderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflodderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geflodderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geflodderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geflodderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geflodderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geflodderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geflodderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geflodderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflodderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflodderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te flodderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geflodderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen flodderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt flodderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geflodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen flodderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult flodderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geflodderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van flodder met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van flodderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
flodderde verleden tijd flodderen
flodderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon flodderen
floddere aanvoegende wijs flodderen
flodderend onvoltooid deelwoord flodderen
flodderende woordvorm flodderen
floddert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon flodderen
geflodderd voltooid deelwoord flodderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flodderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over flodderen

Wat is de betekenis van flodderen?
Flodderen is een werkwoord. De betekenis is: lubberen, te ruim zitten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik flodderen?
Zo vervoeg je flodderen zo: de tegenwoordige tijd is flodder, de verleden tijd is flodderde en het voltooid deelwoord is geflodderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord flodderen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. D 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

flodderen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. D 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

flodderen in het kort

flodderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van flodderen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort flodderen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

flodderen: lubberen, te ruim zitten
Deel flodderen — standaardnederlands.nl