financieren
werkwoordBetekenis
- voorzien van de benodigde geldmiddelen.
Vervoeging van financieren
financierenhele werkwoord — financierdeverleden tijd enkelvoud — financierdenverleden tijd meervoud — gefinancierdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | financier | financierde |
| jij | financiert | financierde |
| hij, zij, het | financiert | financierde |
| wij | financieren | financierden |
| jullie | financieren | financierden |
| zij | financieren | financierden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefinancierd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefinancierd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefinancierd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefinancierd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefinancierd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefinancierd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefinancierd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefinancierd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| financier | gebiedende wijs |
| financierde | verleden tijd |
| financiere | aanvoegende wijs |
| financierend | onvoltooid, deelwoord |
| gefinancierd | verleden tijd, deelwoord |
| gefinancierd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefinancierd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefinancierd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefinancierd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefinancierd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefinancierd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefinancierd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefinancierd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefinancierd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefinancierd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefinancierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefinancierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefinancierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefinancierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefinancierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefinancierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefinancierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefinancierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te financieren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefinancierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen financieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefinancierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefinancierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefinancierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefinancierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefinancierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefinancierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefinancierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefinancierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefinancierd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefinancierd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefinancierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt financieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefinancierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefinancierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen financieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefinancierd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefinancierd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefinancierd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult financieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefinancierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefinancierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefinancierd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse financer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van financieren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| financierde | verleden tijd | financieren |
| financierden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | financieren |
| financiere | aanvoegende wijs | financieren |
| financierend | onvoltooid deelwoord | financieren |
| financierende | woordvorm | financieren |
| financiert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | financieren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van financieren zijn vastgelegd.