Naar de inhoud

financieren

voorzien van de benodigde geldmiddelen.

financieren

werkwoord

Betekenis

  1. voorzien van de benodigde geldmiddelen.

Vervoeging van financieren

financierenhele werkwoord — financierdeverleden tijd enkelvoud — financierdenverleden tijd meervoud — gefinancierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik financier financierde
jij financiert financierde
hij, zij, het financiert financierde
wij financieren financierden
jullie financieren financierden
zij financieren financierden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefinancierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefinancierd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefinancierd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefinancierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefinancierd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefinancierd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefinancierd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefinancierd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
financier gebiedende wijs
financierde verleden tijd
financiere aanvoegende wijs
financierend onvoltooid, deelwoord
gefinancierd verleden tijd, deelwoord
gefinancierd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefinancierd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefinancierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefinancierd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefinancierd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefinancierd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefinancierd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefinancierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefinancierd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefinancierd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefinancierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefinancierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefinancierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefinancierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefinancierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefinancierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefinancierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefinancierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te financieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefinancierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen financieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefinancierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefinancierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefinancierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefinancierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefinancierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefinancierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefinancierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefinancierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefinancierd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefinancierd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefinancierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt financieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefinancierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefinancierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen financieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefinancierd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefinancierd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefinancierd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult financieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefinancierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefinancierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefinancierd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse financer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van financieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
financierde verleden tijd financieren
financierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon financieren
financiere aanvoegende wijs financieren
financierend onvoltooid deelwoord financieren
financierende woordvorm financieren
financiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon financieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van financieren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over financieren

Wat is de betekenis van financieren?
Financieren is een werkwoord. De betekenis is: voorzien van de benodigde geldmiddelen.
Hoe vervoeg ik financieren?
Zo vervoeg je financieren zo: de tegenwoordige tijd is financier, de verleden tijd is financierde en het voltooid deelwoord is gefinancierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord financieren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. I 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. I 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

financieren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. A 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. I 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

financieren in het kort

financieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van financieren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort financieren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

financieren: voorzien van de benodigde geldmiddelen.
Deel financieren — standaardnederlands.nl