financierbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- (van een activiteit) de eigenschap dat het geld dat er voor nodig is beschikbaar is
bijvoeglijk naamwoord
- de eigenschap dat het geld dat er voor nodig is beschikbaar is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| financierbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| financierbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| financierbaarders | partitief, vergrotende trap |
| financierbaars | partitief, stellende trap |
| financierbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| financierbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| financierbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van financieren met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van financierbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| financierbaarder | vergrotende trap | financierbaar |
| financierbaardere | verbogen vergrotende trap | financierbaar |
| financierbaarders | partitieve vergrotende trap | financierbaar |
| financierbaars | partitive, positive | financierbaar |
| financierbaarst | uninflected, superlative | financierbaar |
| financierbaarste | inflected, superlative | financierbaar |
| financierbare | verbogen vorm | financierbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van financierbaar zijn vastgelegd.