filmen
werkwoord ˈfɪlmə(n)Betekenis
- bewegende beelden opnemen en vastleggen
Hoe spreek je filmen uit?
/ˈfɪlmən/
Filmen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| l | land |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van filmen
filmenhele werkwoord — filmdeverleden tijd enkelvoud — filmdenverleden tijd meervoud — gefilmdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | film | filmde |
| jij | filmt | filmde |
| hij, zij, het | filmt | filmde |
| wij | filmen | filmden |
| jullie | filmen | filmden |
| zij | filmen | filmden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gefilmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefilmd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefilmd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefilmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefilmd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefilmd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefilmd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefilmd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| film | gebiedende wijs |
| filmde | verleden tijd |
| filme | aanvoegende wijs |
| filmend | onvoltooid, deelwoord |
| gefilmd | verleden tijd, deelwoord |
| gefilmd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefilmd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefilmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefilmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefilmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefilmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefilmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefilmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefilmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefilmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefilmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te filmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefilmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen filmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt filmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefilmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen filmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult filmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefilmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van filmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| filmde | verleden tijd | filmen |
| filmden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | filmen |
| filme | aanvoegende wijs | filmen |
| filmend | onvoltooid deelwoord | filmen |
| filmende | woordvorm | filmen |
| filmt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | filmen |
| gefilmd | voltooid deelwoord | filmen |
| gefilmde | woordvorm | filmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van filmen zijn vastgelegd.