figuurzagen
werkwoord, zelfstandig naamwoord fiˈɣyrzaɣə(n)Betekenis
- figuren uit dun hout zagen met een figuurzaag
Hoe spreek je figuurzagen uit?
/fiˈxyrzaxən/
Figuurzagen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| x | acht |
| y | fuut |
| r | rood |
| z | zon |
| a | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van figuurzagen
figuurzagenhele werkwoord — figuurzaagdeverleden tijd enkelvoud — figuurzaagdenverleden tijd meervoud — gefiguurzaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | figuurzaag | figuurzaagde |
| jij | figuurzaagt | figuurzaagde |
| hij, zij, het | figuurzaagt | figuurzaagde |
| wij | figuurzagen | figuurzaagden |
| jullie | figuurzagen | figuurzaagden |
| zij | figuurzagen | figuurzaagden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| figuurzaag | gebiedende wijs |
| figuurzaagde | verleden tijd |
| figuurzage | aanvoegende wijs |
| figuurzagend | onvoltooid, deelwoord |
| gefiguurzaagd | verleden tijd, deelwoord |
| gefiguurzaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefiguurzaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefiguurzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefiguurzaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefiguurzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te figuurzagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefiguurzaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen figuurzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefiguurzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen figuurzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult figuurzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefiguurzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord figuurzaag
Herkomst
samenstelling van figuur en zagen
Woordfamilie van figuurzagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| figuurzaagde | verleden tijd | figuurzagen |
| figuurzaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | figuurzagen |
| figuurzaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | figuurzagen |
| figuurzage | aanvoegende wijs | figuurzagen |
| figuurzagend | onvoltooid deelwoord | figuurzagen |
| figuurzagende | woordvorm | figuurzagen |
| gefiguurzaagd | voltooid deelwoord | figuurzagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van figuurzagen zijn vastgelegd.