fijfel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈfɛifəl/Betekenis
- bepaald soort kleine dwarsfluit, vaak gebruikt bij tamboerkorpsen
- fluit (in het algemeen)
Hoe spreek je fijfel uit?
/ˈfɛifəl/
Fijfel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- fluit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fijfels | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fijfelen
- gebiedende wijs van fijfelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fijfelen
Vervoeging van fijfel
fijfelhele werkwoord
Herkomst
van Frans fifre
Woordfamilie van fijfel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fijfels | meervoud | fijfel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fijfel zijn vastgelegd.