favoriseren
werkwoordBetekenis
- begunstigen, bevoordelen
Vervoeging van favoriseren
favoriserenhele werkwoord — favoriseerdeverleden tijd enkelvoud — favoriseerdenverleden tijd meervoud — gefavoriseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | favoriseer | favoriseerde |
| jij | favoriseert | favoriseerde |
| hij, zij, het | favoriseert | favoriseerde |
| wij | favoriseren | favoriseerden |
| jullie | favoriseren | favoriseerden |
| zij | favoriseren | favoriseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefavoriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefavoriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefavoriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefavoriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefavoriseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefavoriseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefavoriseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefavoriseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| favoriseer | gebiedende wijs |
| favoriseerde | verleden tijd |
| favorisere | aanvoegende wijs |
| favoriserend | onvoltooid, deelwoord |
| gefavoriseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefavoriseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefavoriseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefavoriseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefavoriseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefavoriseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefavoriseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefavoriseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefavoriseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefavoriseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefavoriseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefavoriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te favoriseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefavoriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen favoriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefavoriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefavoriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefavoriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefavoriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefavoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefavoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefavoriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen favoriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefavoriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefavoriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefavoriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult favoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefavoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefavoriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefavoriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘begunstigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1467
Woordfamilie van favoriseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| favoriseer | gebiedende wijs | favoriseren |
| favoriseerde | verleden tijd | favoriseren |
| favoriseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | favoriseren |
| favoriseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | favoriseren |
| favorisere | aanvoegende wijs | favoriseren |
| favoriserend | onvoltooid deelwoord | favoriseren |
| favoriserende | woordvorm | favoriseren |
| gefavoriseerd | voltooid deelwoord | favoriseren |
| gefavoriseerde | woordvorm | favoriseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van favoriseren zijn vastgelegd.