Naar de inhoud

favoriseren

begunstigen, bevoordelen

favoriseren

werkwoord

Betekenis

  1. begunstigen, bevoordelen

Vervoeging van favoriseren

favoriserenhele werkwoord — favoriseerdeverleden tijd enkelvoud — favoriseerdenverleden tijd meervoud — gefavoriseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik favoriseer favoriseerde
jij favoriseert favoriseerde
hij, zij, het favoriseert favoriseerde
wij favoriseren favoriseerden
jullie favoriseren favoriseerden
zij favoriseren favoriseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefavoriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefavoriseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefavoriseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefavoriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefavoriseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefavoriseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefavoriseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefavoriseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
favoriseer gebiedende wijs
favoriseerde verleden tijd
favorisere aanvoegende wijs
favoriserend onvoltooid, deelwoord
gefavoriseerd verleden tijd, deelwoord
gefavoriseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefavoriseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefavoriseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefavoriseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefavoriseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefavoriseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefavoriseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefavoriseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefavoriseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefavoriseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefavoriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te favoriseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefavoriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen favoriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefavoriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefavoriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefavoriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefavoriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefavoriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefavoriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefavoriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen favoriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefavoriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefavoriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefavoriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult favoriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefavoriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefavoriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefavoriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘begunstigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1467

Woordfamilie van favoriseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
favoriseer gebiedende wijs favoriseren
favoriseerde verleden tijd favoriseren
favoriseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon favoriseren
favoriseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon favoriseren
favorisere aanvoegende wijs favoriseren
favoriserend onvoltooid deelwoord favoriseren
favoriserende woordvorm favoriseren
gefavoriseerd voltooid deelwoord favoriseren
gefavoriseerde woordvorm favoriseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van favoriseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over favoriseren

Wat betekent favoriseren?
Favoriseren is een werkwoord. Het woord betekent: begunstigen, bevoordelen.
Hoe vervoeg je favoriseren?
Je vervoegt favoriseren als volgt: de tegenwoordige tijd is favoriseer, de verleden tijd is favoriseerde en het voltooid deelwoord is gefavoriseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord favoriseren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. A 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

favoriseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. A 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

favoriseren in het kort

favoriseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van favoriseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort favoriseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

favoriseren: begunstigen, bevoordelen
Deel favoriseren — standaardnederlands.nl