begenadigen
werkwoordBetekenis
- iemand zegenen
- iemand geen straf geven die het wel zou verdienen
Vervoeging van begenadigen
begenadigenhele werkwoord — begenadigdeverleden tijd enkelvoud — begenadigdenverleden tijd meervoud — begenadigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | begenadig | begenadigde |
| jij | begenadigt | begenadigde |
| hij, zij, het | begenadigt | begenadigde |
| wij | begenadigen | begenadigden |
| jullie | begenadigen | begenadigden |
| zij | begenadigen | begenadigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| begenadig | gebiedende wijs |
| begenadigd | verleden tijd, deelwoord |
| begenadigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begenadigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begenadigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begenadigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begenadigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begenadigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begenadigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begenadigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begenadigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begenadigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begenadigde | verleden tijd |
| begenadige | aanvoegende wijs |
| begenadigend | onvoltooid, deelwoord |
| ben begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begenadigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begenadigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begenadigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begenadigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begenadigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begenadigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begenadigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begenadigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begenadigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begenadigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begenadigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begenadigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begenadigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begenadigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begenadigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begenadigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begenadigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begenadigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begenadigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begenadigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begenadigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begenadigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begenadigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begenadigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begenadigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begenadigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt begenadigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal begenadigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begenadigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begenadigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt begenadigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begenadigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begenadigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begenadigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begenadigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begenadigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult begenadigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begenadigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begenadigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begenadigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van genadig met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van begenadigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begenadig | gebiedende wijs | begenadigen |
| begenadigd | voltooid deelwoord | begenadigen |
| begenadigde | verleden tijd | begenadigen |
| begenadigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | begenadigen |
| begenadige | aanvoegende wijs | begenadigen |
| begenadigend | onvoltooid deelwoord | begenadigen |
| begenadigende | woordvorm | begenadigen |
| begenadigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | begenadigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begenadigen zijn vastgelegd.