Naar de inhoud

existeren

bestaan; er zijn

existeren

werkwoord

Betekenis

  1. bestaan; er zijn

Vervoeging van existeren

existerenhele werkwoord — existeerdeverleden tijd enkelvoud — existeerdenverleden tijd meervoud — geëxisteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik existeer existeerde
jij existeert existeerde
hij, zij, het existeert existeerde
wij existeren existeerden
jullie existeren existeerden
zij existeren existeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
existeer gebiedende wijs
existeerde verleden tijd
existere aanvoegende wijs
existerend onvoltooid, deelwoord
geëxisteerd verleden tijd, deelwoord
geëxisteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxisteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxisteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxisteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxisteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxisteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxisteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxisteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxisteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxisteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxisteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te existeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxisteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen existeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxisteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen existeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxisteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bestaan’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van existeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
existeer gebiedende wijs existeren
existeerde verleden tijd existeren
existeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon existeren
existeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon existeren
existere aanvoegende wijs existeren
existerend onvoltooid deelwoord existeren
existerende woordvorm existeren
geëxisteerd voltooid deelwoord existeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van existeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over existeren

Wat is de betekenis van existeren?
Existeren is een werkwoord. De betekenis is: bestaan; er zijn.
Hoe vervoeg ik existeren?
Zo vervoeg je existeren zo: de tegenwoordige tijd is existeer, de verleden tijd is existeerde en het voltooid deelwoord is geëxisteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord existeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. I 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

existeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. I 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

existeren in het kort

existeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van existeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort existeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

existeren: bestaan; er zijn
Deel existeren — standaardnederlands.nl