existeren
werkwoordBetekenis
- bestaan; er zijn
Vervoeging van existeren
existerenhele werkwoord — existeerdeverleden tijd enkelvoud — existeerdenverleden tijd meervoud — geëxisteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | existeer | existeerde |
| jij | existeert | existeerde |
| hij, zij, het | existeert | existeerde |
| wij | existeren | existeerden |
| jullie | existeren | existeerden |
| zij | existeren | existeerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| existeer | gebiedende wijs |
| existeerde | verleden tijd |
| existere | aanvoegende wijs |
| existerend | onvoltooid, deelwoord |
| geëxisteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëxisteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxisteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëxisteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxisteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te existeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëxisteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen existeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt existeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëxisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen existeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult existeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëxisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bestaan’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van existeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| existeer | gebiedende wijs | existeren |
| existeerde | verleden tijd | existeren |
| existeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | existeren |
| existeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | existeren |
| existere | aanvoegende wijs | existeren |
| existerend | onvoltooid deelwoord | existeren |
| existerende | woordvorm | existeren |
| geëxisteerd | voltooid deelwoord | existeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van existeren zijn vastgelegd.