enquêteren
werkwoordBetekenis
- door middel van een enquête ondervragen (over bepaalde meningen etc.)
Vervoeging van enquêteren
enquêterenhele werkwoord — enquêteerdeverleden tijd enkelvoud — enquêteerdenverleden tijd meervoud — geënquêteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | enquêteer | enquêteerde |
| jij | enquêteert | enquêteerde |
| hij, zij, het | enquêteert | enquêteerde |
| wij | enquêteren | enquêteerden |
| jullie | enquêteren | enquêteerden |
| zij | enquêteren | enquêteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| enquêteer | gebiedende wijs |
| enquêteerde | verleden tijd |
| enquêtere | aanvoegende wijs |
| enquêterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geënquêteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geënquêteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geënquêteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geënquêteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geënquêteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geënquêteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geënquêteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geënquêteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geënquêteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geënquêteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geënquêteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geënquêteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geënquêteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geënquêteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te enquêteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geënquêteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen enquêteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geënquêteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen enquêteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult enquêteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geënquêteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
uit het Frans
Woordfamilie van enquêteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| enquêteer | gebiedende wijs | enquêteren |
| enquêteerde | verleden tijd | enquêteren |
| enquêteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | enquêteren |
| enquêteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | enquêteren |
| enquêtere | aanvoegende wijs | enquêteren |
| enquêterend | onvoltooid deelwoord | enquêteren |
| enquêterende | woordvorm | enquêteren |
| geënquêteerd | voltooid deelwoord | enquêteren |
| geënquêteerde | woordvorm | enquêteren |
| geënquêteerden | meervoud | geënquêteerde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van enquêteren zijn vastgelegd.