Naar de inhoud

emmeren

zeuren, zeiken

emmeren

werkwoord

Betekenis

  1. zeuren, zeiken

werkwoord

  1. zaniken, zeiken, zeuren informal, unergative

Vervoeging van emmeren

emmerenhele werkwoord — emmerdeverleden tijd enkelvoud — emmerdenverleden tijd meervoud — geëmmerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik emmer emmerde
jij emmert emmerde
hij, zij, het emmert emmerde
wij emmeren emmerden
jullie emmeren emmerden
zij emmeren emmerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
emmer gebiedende wijs
emmerde verleden tijd
emmere aanvoegende wijs
emmerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geëmmerd verleden tijd, deelwoord
geëmmerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmmerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëmmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëmmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëmmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëmmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëmmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëmmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëmmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëmmerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëmmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te emmeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëmmerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen emmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt emmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëmmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen emmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult emmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëmmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zaniken’ voor het eerst aangetroffen in 1914

Woordfamilie van emmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
emmerde verleden tijd emmeren
emmerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon emmeren
emmere aanvoegende wijs emmeren
emmerend onvoltooid deelwoord emmeren
emmerende woordvorm emmeren
emmert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon emmeren
geëmmerd voltooid deelwoord emmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van emmeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over emmeren

Wat betekent emmeren?
Emmeren is een werkwoord. Het woord betekent: zeuren, zeiken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je emmeren?
Je vervoegt emmeren als volgt: de tegenwoordige tijd is emmer, de verleden tijd is emmerde en het voltooid deelwoord is geëmmerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord emmeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. M 3
  3. M 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

emmeren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. M 3
  3. M 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

emmeren telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

emmeren in het kort

emmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van emmeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort emmeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

emmeren: zeuren, zeiken
Deel emmeren — standaardnederlands.nl