Naar de inhoud

eisen

zeer dringend vragen, vaak met een sanctie op het niet beantwoorden ervan

eisen is meer dan één woord

eisen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯sə(n)/

Betekenis

  1. zeer dringend vragen, vaak met een sanctie op het niet beantwoorden ervan

Hoe spreek je eisen uit?

/ˈɛisən/

Eisen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɛisən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɛi trein
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van eisen

eisenhele werkwoord — eisteverleden tijd enkelvoud — eistenverleden tijd meervoud — geëistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik eis eiste
jij eist eiste
hij, zij, het eist eiste
wij eisen eisten
jullie eisen eisten
zij eisen eisten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
eis gebiedende wijs
eise aanvoegende wijs
eisend onvoltooid, deelwoord
eiste verleden tijd
er is geëist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëist verleden tijd, deelwoord
geëist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te eisen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen eisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt eisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen eisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult eisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord eis

Herkomst

In de betekenis van ‘verlangen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van eisen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
eise aanvoegende wijs eisen
eist aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon eisen
eiste verleden tijd eisen
eisten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon eisen
geëist voltooid deelwoord eisen
geëiste woordvorm eisen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eisen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over eisen

Hoe spreek ik eisen uit?
Zo spreek je eisen uit: /ˈɛi̯sə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van eisen?
Eisen is een werkwoord. De betekenis is: zeer dringend vragen, vaak met een sanctie op het niet beantwoorden ervan.
Hoe vervoeg ik eisen?
Zo vervoeg je eisen zo: de tegenwoordige tijd is eis, de verleden tijd is eiste en het voltooid deelwoord is geëist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op eisen?

Op eisen rijmen 5 woorden, onder andere zeisen, trijsen en beisen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op eisen, uitspraak ˈɛisən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zeisen 2
trijsen 2
beisen 2
leisen 2
veisen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord eisen is 6 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. I 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 6 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

eisen levert met Wordfeud minimaal 7 en maximaal 33 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. I 2
  3. S 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 zonder bonus
  7. 33 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

eisen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

eisen in het kort

eisen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van eisen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort eisen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

eisen: zeer dringend vragen, vaak met een sanctie op het niet beantwoorden ervan
Deel eisen — standaardnederlands.nl