Naar de inhoud

durven

(vaak ~ te) de moed hebben om iets gewaagds te doen

durven

werkwoord ˈdʏrvə(n)

Betekenis

  1. (vaak ~ te) de moed hebben om iets gewaagds te doen
  2. moed tonen
  3. De oorspronkelijke betekenis van durven was 'hoeven, nodig hebben', met als nevenvorm dorven. In de loop der tijd werd durven verward met dorren, dat 'wagen, de moed hebben om' betekent. Beide werkwoorden hadden dezelfde verledentijdsvorm, dorste. De betekenis van het tweede werkwoord ging zodoende over op het eerste.
  4. De vorm 'dorst' is in het noorden goeddeels verdrongen door de regelmatig zwakke vorm 'durfde'.
  5. Het voltooid deelwoord komt weinig voor, meestal wordt het vervangen door de onbepaalde wijs van durven gevolgd door een zelfstandig werkwoord.
  6. Lijdende vormen zijn weinig gebruikelijk.

Hoe spreek je durven uit?

/ˈdʏrvən/

Durven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdʏrvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ʏ put
r rood
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de moed hebben om iets gewaagds te doen transitive
  2. Zuidelijk Nederlands een bepaalde, veelal onwenselijke eigenschap vertonen unergative

Vervoeging van durven

durvenhele werkwoord — durfde (dorst, dierf)verleden tijd enkelvoud — durfden (dorsten, dierven)verleden tijd meervoud — gedurfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik durf durfde (dorst, dierf)
jij durft durfde (dorst, dierf)
hij, zij, het durft durfde (dorst, dierf)
wij durven durfden (dorsten, dierven)
jullie durven durfden (dorsten, dierven)
zij durven durfden (dorsten, dierven)
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
durf gebiedende wijs
durfde(dorst) verleden tijd
durve aanvoegende wijs
durvend onvoltooid, deelwoord
er is gedurfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedurfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedurfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedurfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedurfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedurfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedurfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedurfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedurfd verleden tijd, deelwoord
gedurfd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedurfd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedurfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedurfd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedurfd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedurfd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedurfd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedurfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedurfd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedurfd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedurfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedurfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedurfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedurfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedurfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedurfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedurfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedurfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te durven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedurfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen durven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gedurfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedurfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedurfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gedurfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gedurfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedurfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedurfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedurfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedurfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedurfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedurfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedurfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedurfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt durven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedurfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen durven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedurfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedurfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult durven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedurfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de huidige betekenis van ‘wagen’ voor het eerst aangetroffen in 1568 . De oorspronkelijke betekenis in het Mnl. was "hoeven, nodig hebben", met als nevenvorm dorven. In de loop der tijd werd durven steeds meer verward met dorren, "wagen, de moed hebben om". Beide werkwoorden hadden dezelfde verledentijdsvorm, dorste. De betekenis van het tweede werkwoord ging zodoende over op het eerste. De oude betekenis "nodig hebben" van durven is tegenwoordig nog bewaard in nooddruft/nooddruftig.

Woordfamilie van durven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
durfde woordvorm durven
durfden woordvorm durven
durft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon durven
durve aanvoegende wijs durven
durvend onvoltooid deelwoord durven
durvende woordvorm durven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van durven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over durven

Hoe spreek je durven uit?
De uitspraak van durven is: /ˈdʏrvə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent durven?
Durven is een werkwoord. Het woord betekent: (vaak ~ te) de moed hebben om iets gewaagds te doen. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je durven?
Je vervoegt durven als volgt: de tegenwoordige tijd is durf, de verleden tijd is durfde dorst dierf en het voltooid deelwoord is gedurfd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op durven?

In dit woordenboek rijmen 3 woorden op -urven op durven, zoals surfen, lurven en aanbodcurven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op durven, uitspraak ˈdʏrvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
surfen 2
lurven 2
aanbodcurven 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord durven is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. R 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

durven levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. R 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

durven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

durven in het kort

durven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van durven zijn 68 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort durven bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

durven: (vaak ~ te) de moed hebben om iets gewaagds te doen
Deel durven — standaardnederlands.nl