Naar de inhoud

duelleren

een tweegevecht houden

duelleren

werkwoord

Betekenis

  1. een tweegevecht houden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van duelleren

duellerenhele werkwoord — duelleerdeverleden tijd enkelvoud — duelleerdenverleden tijd meervoud — geduelleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik duelleer duelleerde
jij duelleert duelleerde
hij, zij, het duelleert duelleerde
wij duelleren duelleerden
jullie duelleren duelleerden
zij duelleren duelleerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
duelleer gebiedende wijs
duelleerde verleden tijd
duellere aanvoegende wijs
duellerend onvoltooid, deelwoord
er is geduelleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geduelleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geduelleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geduelleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geduelleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geduelleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geduelleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geduelleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geduelleerd verleden tijd, deelwoord
geduelleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geduelleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geduelleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geduelleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geduelleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geduelleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geduelleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geduelleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geduelleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geduelleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geduelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te duelleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geduelleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen duelleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt duelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geduelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen duelleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult duelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geduelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van duelleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
duelleer gebiedende wijs duelleren
duelleerde verleden tijd duelleren
duelleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon duelleren
duelleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon duelleren
duellere aanvoegende wijs duelleren
duellerend onvoltooid deelwoord duelleren
duellerende woordvorm duelleren
geduelleerd voltooid deelwoord duelleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duelleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over duelleren

Wat is de betekenis van duelleren?
Duelleren is een werkwoord. De betekenis is: een tweegevecht houden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik duelleren?
Zo vervoeg je duelleren zo: de tegenwoordige tijd is duelleer, de verleden tijd is duelleerde en het voltooid deelwoord is geduelleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord duelleren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. E 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

duelleren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. E 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

duelleren in het kort

duelleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van duelleren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort duelleren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

duelleren: een tweegevecht houden
Deel duelleren — standaardnederlands.nl