Naar de inhoud

druppen

druipen, druppelen

druppen is meer dan één woord

druppen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. druipen, druppelen

Vervoeging van druppen

druppenhele werkwoord — drupteverleden tijd enkelvoud — druptenverleden tijd meervoud — gedruptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik drup drupte
jij drupt drupte
hij, zij, het drupt drupte
wij druppen drupten
jullie druppen drupten
zij druppen drupten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
drup gebiedende wijs
druppe aanvoegende wijs
druppend onvoltooid, deelwoord
drupte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gedrupt verleden tijd, deelwoord
gedrupt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedrupt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedrupt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedrupt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedrupt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedrupt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedrupt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedrupt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedrupt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedrupt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedrupt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te druppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedrupt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen druppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt druppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedrupt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen druppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult druppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedrupt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord drup

Woordfamilie van druppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druppe aanvoegende wijs druppen
druppend onvoltooid deelwoord druppen
druppende woordvorm druppen
drupt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon druppen
drupte verleden tijd druppen
drupten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon druppen
gedrupt voltooid deelwoord druppen
gedrupte woordvorm druppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van druppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over druppen

Wat betekent druppen?
Druppen is een werkwoord. Het woord betekent: druipen, druppelen.
Hoe vervoeg je druppen?
Je vervoegt druppen als volgt: de tegenwoordige tijd is drup, de verleden tijd is drupte en het voltooid deelwoord is gedrupt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord druppen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. U 4
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

druppen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. U 2
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

druppen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

druppen in het kort

druppen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van druppen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort druppen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

druppen: druipen, druppelen
Deel druppen — standaardnederlands.nl