drup
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- druppel
- het vallen van druppels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drupje | verkleinwoord, enkelvoud |
| drupjes | verkleinwoord, meervoud |
| druppen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druppen
- gebiedende wijs van druppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druppen
Vervoeging van drup
druphele werkwoord
Woordfamilie van drup
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drupje | verkleinwoord | drup |
| drupjes | verkleinwoord meervoud | drup |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drup zijn vastgelegd.