druppelen
werkwoord /drʌpələ/Betekenis
- in druppels neervallen
- druppels laten vallen
- in druppels laten neervallen
Hoe spreek je druppelen uit?
/drʌpələ/
Druppelen bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
Vervoeging van druppelen
druppelenhele werkwoord — druppeldeverleden tijd enkelvoud — druppeldenverleden tijd meervoud — gedruppeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | druppel | druppelde |
| jij | druppelt | druppelde |
| hij, zij, het | druppelt | druppelde |
| wij | druppelen | druppelden |
| jullie | druppelen | druppelden |
| zij | druppelen | druppelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| druppel | gebiedende wijs |
| druppelde | verleden tijd |
| druppele | aanvoegende wijs |
| druppelend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedruppeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedruppeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedruppeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedruppeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedruppeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedruppeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedruppeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedruppeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedruppeld | verleden tijd, deelwoord |
| gedruppeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedruppeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedruppeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedruppeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedruppeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedruppeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedruppeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedruppeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedruppeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedruppeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedruppeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedruppeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedruppeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedruppeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedruppeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedruppeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedruppeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedruppeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te druppelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedruppeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen druppelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedruppeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedruppeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedruppeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedruppeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedruppeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedruppeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedruppeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedruppeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedruppeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedruppeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedruppeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedruppeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedruppeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen druppelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedruppeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedruppeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedruppeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult druppelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedruppeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedruppeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedruppeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van druppel met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van druppelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| druppelde | verleden tijd | druppelen |
| druppelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | druppelen |
| druppele | aanvoegende wijs | druppelen |
| druppelend | onvoltooid deelwoord | druppelen |
| druppelende | woordvorm | druppelen |
| druppelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | druppelen |
| gedruppeld | voltooid deelwoord | druppelen |
| gedruppelde | woordvorm | druppelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van druppelen zijn vastgelegd.