drukken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- kracht uitoefenen op
- poepen
- verkort voor afdrukken
- iemand iets in de handen ~: iemand iets geven of hij nu wil of niet
- met je vinger ergens op duwen
- het eigen aandeel in een gezamenlijke inspanning ontlopen
werkwoord
- duwend kracht uitoefenen op unergative
Vervoeging van drukken
drukkenhele werkwoord — drukteverleden tijd enkelvoud — druktenverleden tijd meervoud — gedruktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | druk | drukte |
| jij | drukt | drukte |
| hij, zij, het | drukt | drukte |
| wij | drukken | drukten |
| jullie | drukken | drukten |
| zij | drukken | drukten |
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| druk | gebiedende wijs |
| druk me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| druk u/je , drukt je | gebiedende wijs |
| drukke | aanvoegende wijs |
| drukke zich | aanvoegende wijs |
| drukken je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| drukken ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| drukken zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| drukkend | onvoltooid, deelwoord |
| drukt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| drukt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| drukt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| drukt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| drukt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| drukt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| drukte | verleden tijd |
| drukte je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| drukte me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| drukte u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| drukte u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| drukte zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| drukte zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| drukte zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| drukten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| drukten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| drukten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| er is gedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedrukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedrukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedrukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedrukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrukt | verleden tijd, deelwoord |
| gedrukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me drukken | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich drukken | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je drukken | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich drukkend | onvoltooid, deelwoord |
| zich gedrukt hebben | verleden tijd |
| zou drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen je drukken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons drukken | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich drukken | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult drukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult u drukken | tweede persoon |
| zult u drukken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u drukken | tweede persoon |
| zult zich/u drukken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord druk
Herkomst
In de betekenis van ‘duwen, zwaar liggen op’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van drukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drukt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drukken |
| drukten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | drukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drukken zijn vastgelegd.