Naar de inhoud

drossen

vluchten, deserteren, verdwijnen

drossen

werkwoord

Betekenis

  1. vluchten, deserteren, verdwijnen

Vervoeging van drossen

drossenhele werkwoord — drosteverleden tijd enkelvoud — drostenverleden tijd meervoud — gedrostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dros droste
jij drost droste
hij, zij, het drost droste
wij drossen drosten
jullie drossen drosten
zij drossen drosten
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dros gebiedende wijs
drosse aanvoegende wijs
drossend onvoltooid, deelwoord
droste verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gedrost verleden tijd, deelwoord
gedrost te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedrost zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te drossen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gedrost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen drossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedrost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedrost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedrost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedrost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedrost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedrost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedrost voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedrost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt drossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedrost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen drossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult drossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedrost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘deserteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1707

Woordfamilie van drossen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dros gebiedende wijs drossen
drosse aanvoegende wijs drossen
drossend onvoltooid deelwoord drossen
drossende woordvorm drossen
droste verleden tijd drossen
gedrost voltooid deelwoord drossen
gedroste woordvorm drossen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drossen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over drossen

Wat is de betekenis van drossen?
Drossen is een werkwoord. De betekenis is: vluchten, deserteren, verdwijnen.
Hoe vervoeg ik drossen?
Zo vervoeg je drossen zo: de tegenwoordige tijd is dros, de verleden tijd is droste en het voltooid deelwoord is gedrost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord drossen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

drossen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 85 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 85 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

drossen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

drossen in het kort

drossen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van drossen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort drossen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

drossen: vluchten, deserteren, verdwijnen
Deel drossen — standaardnederlands.nl