drossen
werkwoordBetekenis
- vluchten, deserteren, verdwijnen
Vervoeging van drossen
drossenhele werkwoord — drosteverleden tijd enkelvoud — drostenverleden tijd meervoud — gedrostvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dros | droste |
| jij | drost | droste |
| hij, zij, het | drost | droste |
| wij | drossen | drosten |
| jullie | drossen | drosten |
| zij | drossen | drosten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dros | gebiedende wijs |
| drosse | aanvoegende wijs |
| drossend | onvoltooid, deelwoord |
| droste | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrost | verleden tijd, deelwoord |
| gedrost te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrost zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drossen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gedrost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedrost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedrost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedrost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedrost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedrost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedrost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedrost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrost zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult drossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrost zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘deserteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1707
Woordfamilie van drossen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dros | gebiedende wijs | drossen |
| drosse | aanvoegende wijs | drossen |
| drossend | onvoltooid deelwoord | drossen |
| drossende | woordvorm | drossen |
| droste | verleden tijd | drossen |
| gedrost | voltooid deelwoord | drossen |
| gedroste | woordvorm | drossen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drossen zijn vastgelegd.