droppen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- druppen, druppelen
- iemand ergens afzetten
- uit een vliegtuig laten neerkomen
- de shuttle zeer kort over het net slaan
Vervoeging van droppen
droppenhele werkwoord — dropteverleden tijd enkelvoud — droptenverleden tijd meervoud — gedroptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drop | dropte |
| jij | dropt | dropte |
| hij, zij, het | dropt | dropte |
| wij | droppen | dropten |
| jullie | droppen | dropten |
| zij | droppen | dropten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| drop | gebiedende wijs |
| droppe | aanvoegende wijs |
| droppend | onvoltooid, deelwoord |
| dropte | verleden tijd |
| er is gedropt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedropt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedropt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedropt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedropt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedropt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedropt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedropt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedropt | verleden tijd, deelwoord |
| gedropt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedropt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedropt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedropt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedropt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedropt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedropt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedropt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedropt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedropt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedropt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedropt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedropt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedropt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedropt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedropt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedropt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedropt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te droppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedropt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen droppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedropt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedropt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedropt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedropt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedropt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedropt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedropt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedropt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedropt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedropt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedropt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedropt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedropt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedropt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedropt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedropt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedropt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt droppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedropt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedropt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen droppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedropt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedropt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedropt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult droppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedropt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedropt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedropt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord drop
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘afzetten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946
Woordfamilie van droppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| droppe | aanvoegende wijs | droppen |
| droppend | onvoltooid deelwoord | droppen |
| droppende | woordvorm | droppen |
| dropt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | droppen |
| dropte | verleden tijd | droppen |
| dropten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | droppen |
| gedropt | voltooid deelwoord | droppen |
| gedropte | woordvorm | droppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van droppen zijn vastgelegd.