Naar de inhoud

drommen

dringen van een grote groep mensen

drommen is meer dan één woord

drommen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. dringen van een grote groep mensen

Vervoeging van drommen

drommenhele werkwoord — dromdeverleden tijd enkelvoud — dromdenverleden tijd meervoud — gedromdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik drom dromde
jij dromt dromde
hij, zij, het dromt dromde
wij drommen dromden
jullie drommen dromden
zij drommen dromden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
drom gebiedende wijs
dromde verleden tijd
dromme aanvoegende wijs
drommend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedromd verleden tijd, deelwoord
gedromd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedromd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te drommen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gedromd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen drommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedromd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt drommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedromd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen drommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult drommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedromd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord drom

Woordfamilie van drommen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dromde verleden tijd drommen
dromden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon drommen
dromme aanvoegende wijs drommen
drommend onvoltooid deelwoord drommen
drommende woordvorm drommen
dromt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon drommen
gedromd voltooid deelwoord drommen
gedromde woordvorm drommen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drommen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over drommen

Wat is de betekenis van drommen?
Drommen is een werkwoord. De betekenis is: dringen van een grote groep mensen.
Hoe vervoeg ik drommen?
Zo vervoeg je drommen zo: de tegenwoordige tijd is drom, de verleden tijd is dromde en het voltooid deelwoord is gedromd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord drommen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

drommen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

drommen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

drommen in het kort

drommen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van drommen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort drommen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

drommen: dringen van een grote groep mensen
Deel drommen — standaardnederlands.nl