drogeren
werkwoordBetekenis
- het iemand toedienen van drugs of doping
Vervoeging van drogeren
drogerenhele werkwoord — drogeerdeverleden tijd enkelvoud — drogeerdenverleden tijd meervoud — gedrogeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drogeer | drogeerde |
| jij | drogeert | drogeerde |
| hij, zij, het | drogeert | drogeerde |
| wij | drogeren | drogeerden |
| jullie | drogeren | drogeerden |
| zij | drogeren | drogeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| drogeer | gebiedende wijs |
| drogeerde | verleden tijd |
| drogere | aanvoegende wijs |
| drogerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedrogeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedrogeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedrogeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedrogeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedrogeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedrogeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedrogeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedrogeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrogeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedrogeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedrogeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedrogeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrogeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrogeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrogeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedrogeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedrogeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedrogeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedrogeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrogeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drogeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedrogeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drogeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedrogeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedrogeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedrogeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrogeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedrogeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrogeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedrogeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drogeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedrogeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrogeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrogeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult drogeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrogeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedrogeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedrogeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drogerende middelen toedienen’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van drogeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drogeer | gebiedende wijs | drogeren |
| drogeerde | verleden tijd | drogeren |
| drogeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | drogeren |
| drogeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drogeren |
| drogerend | onvoltooid deelwoord | drogeren |
| drogerende | woordvorm | drogeren |
| gedrogeerd | voltooid deelwoord | drogeren |
| gedrogeerde | woordvorm | drogeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drogeren zijn vastgelegd.