draai
zelfstandig naamwoord, werkwoord /draːi̯/Betekenis
- omwenteling
- zijn ~ vinden: zich thuis voelen, in zijn element zijn
- ergens een ~ aan geven: een andere invalshoek, benadering bedenken
- een ~ nemen: compleet veranderen
Hoe spreek je draai uit?
/drai/
Draai bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| a | maan |
| i | riet |
zelfstandig naamwoord — masculine
- opvallende verandering van richting of mening figuratively
- klap die met een zwaaiende arm wordt gegeven obsolete
- plaats waar iets buigt of een rondgaande beweging kan maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| draaien | meervoud |
| draaitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| draaitjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien
- gebiedende wijs van draaien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien
Vervoeging van draai
draaihele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling draaien ww
Woordfamilie van draai
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draaitje | verkleinwoord | draai |
| draaitjes | verkleinwoord meervoud | draai |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van draai zijn vastgelegd.