Naar de inhoud

draaien

om een middelpunt bewegen

draaien is meer dan één woord

draaien

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈdraːi̯ən/

Betekenis

  1. om een middelpunt bewegen

Hoe spreek je draaien uit?

/ˈdraiən/

Draaien bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /ˈdraiən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
r rood
a maan
i riet
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. lopen [5], naar behoren werken of functioneren, voortgang maken ergative
  2. manier van verspanen waarbij het te bewerken product op de draaibank ligt en ronddraait transitive
  3. plotseling van richting veranderen impersonal
  4. naar allerlei uitvluchten zoeken om maar niet de waarheid te hoeven vertellen ergative, pejorative

Vervoeging van draaien

draaienhele werkwoord — draaideverleden tijd enkelvoud — draaidenverleden tijd meervoud — gedraaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik draai draaide
jij draait draaide
hij, zij, het draait draaide
wij draaien draaiden
jullie draaien draaiden
zij draaien draaiden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
draai gebiedende wijs
draaide verleden tijd
draaie aanvoegende wijs
draaiend onvoltooid, deelwoord
er is gedraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedraaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedraaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedraaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedraaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedraaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedraaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedraaid verleden tijd, deelwoord
gedraaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedraaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te draaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen draaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt draaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen draaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult draaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord draai

Herkomst

In de betekenis van ‘keren, wenden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van draaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
draaide verleden tijd draaien
draaie aanvoegende wijs draaien
draait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon draaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van draaien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over draaien

Hoe spreek ik draaien uit?
Zo spreek je draaien uit: /ˈdraːi̯ən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van draaien?
Draaien is een werkwoord. De betekenis is: om een middelpunt bewegen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik draaien?
Zo vervoeg je draaien zo: de tegenwoordige tijd is draai, de verleden tijd is draaide en het voltooid deelwoord is gedraaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord draaien is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. A 1
  5. I 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

draaien levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. A 1
  5. I 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

draaien telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

draaien in het kort

draaien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van draaien staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort draaien bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

draaien: om een middelpunt bewegen
Deel draaien — standaardnederlands.nl