doppen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het verwijderen van de peulenschillen van erwten, bonen, enzovoort
- (België) het krijgen van een uitkering omdat je geen betaald werk hebt
werkwoord
- het krijgen van een uitkering omdat je geen betaald werk hebt
Vervoeging van doppen
doppenhele werkwoord — dopteverleden tijd enkelvoud — doptenverleden tijd meervoud — gedoptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dop | dopte |
| jij | dopt | dopte |
| hij, zij, het | dopt | dopte |
| wij | doppen | dopten |
| jullie | doppen | dopten |
| zij | doppen | dopten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dop | gebiedende wijs |
| doppe | aanvoegende wijs |
| doppend | onvoltooid, deelwoord |
| dopte | verleden tijd |
| er is gedopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedopt | verleden tijd, deelwoord |
| gedopt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedopt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedopt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedopt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedopt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedopt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedopt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedopt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- ogen zn; vooral in de vaste uitdrukking uit zijn doppen kijken
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dop
Herkomst
In de betekenis van ‘pellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Woordfamilie van doppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doppe | aanvoegende wijs | doppen |
| doppend | onvoltooid deelwoord | doppen |
| doppende | woordvorm | doppen |
| dopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doppen |
| dopte | verleden tijd | doppen |
| dopten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doppen |
| gedopt | voltooid deelwoord | doppen |
| gedopte | woordvorm | doppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doppen zijn vastgelegd.