Naar de inhoud

doorwegen

zwaar wegen, meetellen, van belang zijn

doorwegen

werkwoord

Betekenis

  1. zwaar wegen, meetellen, van belang zijn

Vervoeging van doorwegen

doorwegenhele werkwoord — woog doorverleden tijd enkelvoud — wogen doorverleden tijd meervoud — doorgewogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weeg door woog door
jij weegt door woog door
hij, zij, het weegt door woog door
wij wegen door wogen door
jullie wegen door wogen door
zij wegen door wogen door
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
door te wegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen wegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal wegen bijzin, toekomende tijd
door zou wegen bijzin, voorwaardelijk
door zouden wegen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt wegen bijzin, voorwaardelijk
door zullen wegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen wegen bijzin, toekomende tijd
door zult wegen bijzin, toekomende tijd
doorgewogen verleden tijd, deelwoord
doorgewogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgewogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorweeg bijzin, tegenwoordige tijd
doorweegt bijzin, tegenwoordige tijd
doorwegend onvoltooid, deelwoord
doorwogen bijzin, verleden tijd
doorwoog bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had doorgewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgewogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgewogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorwegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weeg door gebiedende wijs
woog door verleden tijd
zal doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorwegen bijzin, toekomende tijd
zou doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorwegen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorwegen door zou(dt) wegen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorwegen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorwegen bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorwegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorwegen bijzin, toekomende tijd
zult doorgewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorwegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorwegen bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorwegen door zult/zal wegen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door en wegen

Woordfamilie van doorwegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgewogen voltooid deelwoord doorwegen
doorweeg subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorwegen
doorweegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorwegen
doorwege with-subordinate-clause doorwegen
doorwegend onvoltooid deelwoord doorwegen
doorwegende woordvorm doorwegen
doorwogen subordinate-clause, verleden tijd doorwegen
doorwoog subordinate-clause, verleden tijd doorwegen
weeg door gebiedende wijs doorwegen
weegt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorwegen
wege door woordvorm doorwegen
wegen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorwegen
wogen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorwegen
woog door verleden tijd doorwegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorwegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorwegen

Wat betekent doorwegen?
Doorwegen is een werkwoord. Het woord betekent: zwaar wegen, meetellen, van belang zijn.
Hoe vervoeg je doorwegen?
Je vervoegt doorwegen als volgt: het voltooid deelwoord is doorgewogen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorwegen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. W 5
  6. E 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorwegen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. W 5
  6. E 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorwegen in het kort

doorwegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorwegen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doorwegen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doorwegen: zwaar wegen, meetellen, van belang zijn
Deel doorwegen — standaardnederlands.nl