doorwegen
werkwoordBetekenis
- zwaar wegen, meetellen, van belang zijn
Vervoeging van doorwegen
doorwegenhele werkwoord — woog doorverleden tijd enkelvoud — wogen doorverleden tijd meervoud — doorgewogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | weeg door | woog door |
| jij | weegt door | woog door |
| hij, zij, het | weegt door | woog door |
| wij | wegen door | wogen door |
| jullie | wegen door | wogen door |
| zij | wegen door | wogen door |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te wegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen wegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal wegen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou wegen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden wegen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt wegen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen wegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen wegen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult wegen | bijzin, toekomende tijd |
| doorgewogen | verleden tijd, deelwoord |
| doorgewogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgewogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorweeg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorweegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorwegend | onvoltooid, deelwoord |
| doorwogen | bijzin, verleden tijd |
| doorwoog | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgewogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgewogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgewogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgewogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgewogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben doorgewogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorwegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weeg door | gebiedende wijs |
| woog door | verleden tijd |
| zal doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorwegen | bijzin, toekomende tijd |
| zou doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorwegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorwegen door zou(dt) wegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorwegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorwegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorwegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorwegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorwegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorwegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal doorwegen door zult/zal wegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van door en wegen
Woordfamilie van doorwegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgewogen | voltooid deelwoord | doorwegen |
| doorweeg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorwegen |
| doorweegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorwegen |
| doorwege | with-subordinate-clause | doorwegen |
| doorwegend | onvoltooid deelwoord | doorwegen |
| doorwegende | woordvorm | doorwegen |
| doorwogen | subordinate-clause, verleden tijd | doorwegen |
| doorwoog | subordinate-clause, verleden tijd | doorwegen |
| weeg door | gebiedende wijs | doorwegen |
| weegt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorwegen |
| wege door | woordvorm | doorwegen |
| wegen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorwegen |
| wogen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorwegen |
| woog door | verleden tijd | doorwegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorwegen zijn vastgelegd.