Naar de inhoud

doortochten

(door het openen van raam of deur) geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden

doortochten is meer dan één woord

doortochten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (door het openen van raam of deur) geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden

werkwoord

  1. geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden intransitive

Vervoeging van doortochten

doortochtenhele werkwoord — tochtte doorverleden tijd enkelvoud — tochtten doorverleden tijd meervoud — doorgetochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tocht door tochtte door
jij tocht door tochtte door
hij, zij, het tocht door tochtte door
wij tochten door tochtten door
jullie tochten door tochtten door
zij tochten door tochtten door
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
door te tochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen tochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal tochten bijzin, toekomende tijd
door zou tochten bijzin, voorwaardelijk
door zouden tochten bijzin, voorwaardelijk
door zoudt tochten bijzin, voorwaardelijk
door zullen tochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen tochten bijzin, toekomende tijd
door zult tochten bijzin, toekomende tijd
doorgetocht verleden tijd, deelwoord
doorgetocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgetocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doortocht bijzin, tegenwoordige tijd
doortochtend onvoltooid, deelwoord
doortochtte bijzin, verleden tijd
doortochtten bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had doorgetocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgetocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgetocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgetocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgetocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgetocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgetocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgetocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgetocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgetocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doortochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tocht door gebiedende wijs
tochtte door verleden tijd
zal doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doortochten bijzin, toekomende tijd
zou doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doortochten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doortochten door zou(dt) tochten bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doortochten bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgetocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doortochten bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doortochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doortochten bijzin, toekomende tijd
zult doorgetocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doortochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doortochten bijzin, toekomende tijd
zult/zal doortochten door zult/zal tochten bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord doortocht

Herkomst

samenstelling van door en tochten

Woordfamilie van doortochten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgetocht voltooid deelwoord doortochten
doortochte with-subordinate-clause doortochten
doortochtend onvoltooid deelwoord doortochten
doortochtende woordvorm doortochten
doortochtte subordinate-clause, verleden tijd doortochten
doortochtten subordinate-clause, verleden tijd doortochten
tocht door gebiedende wijs doortochten
tochte door woordvorm doortochten
tochten door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doortochten
tochtte door verleden tijd doortochten
tochtten door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doortochten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doortochten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doortochten

Wat is de betekenis van doortochten?
Doortochten is een werkwoord. De betekenis is: (door het openen van raam of deur) geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doortochten?
Zo vervoeg je doortochten zo: het voltooid deelwoord is doorgetocht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doortochten is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doortochten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doortochten in het kort

doortochten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doortochten staan er 43 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doortochten bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doortochten: (door het openen van raam of deur) geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden
Deel doortochten — standaardnederlands.nl