doorstarten
werkwoordBetekenis
- doorgaan met starten
- een doorstart maken
Vervoeging van doorstarten
doorstartenhele werkwoord — startte doorverleden tijd enkelvoud — startten doorverleden tijd meervoud — doorgestartvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | start door | startte door |
| jij | start door | startte door |
| hij, zij, het | start door | startte door |
| wij | starten door | startten door |
| jullie | starten door | startten door |
| zij | starten door | startten door |
Alle 45 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te starten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen starten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal starten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou starten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden starten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt starten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen starten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen starten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult starten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgestart | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgestart | verleden tijd, deelwoord |
| doorgestart te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgestart zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorstart | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorstartend | onvoltooid, deelwoord |
| doorstartte | bijzin, verleden tijd |
| doorstartten | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| start door | gebiedende wijs |
| startte door | verleden tijd |
| te doorgestart | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorstarten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorstarten | bijzin, toekomende tijd |
| zou doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorstarten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorstarten door zou(dt) starten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorstarten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorstarten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorstarten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorstarten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorstarten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorstarten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal doorstarten door zult/zal starten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van door en starten
Woordfamilie van doorstarten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgestart | voltooid deelwoord | doorstarten |
| doorstarte | with-subordinate-clause | doorstarten |
| doorstartend | onvoltooid deelwoord | doorstarten |
| doorstartende | woordvorm | doorstarten |
| doorstartte | subordinate-clause, verleden tijd | doorstarten |
| doorstartten | subordinate-clause, verleden tijd | doorstarten |
| start door | gebiedende wijs | doorstarten |
| starte door | woordvorm | doorstarten |
| starten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorstarten |
| startte door | verleden tijd | doorstarten |
| startten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorstarten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorstarten zijn vastgelegd.