doorsteek
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'dorstekBetekenis
- plaats waar een dijk doorgestoken is
- kortste weg bij weg of rivier
Hoe spreek je doorsteek uit?
/ˈdorstek/
Doorsteek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorsteekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doorsteekjes | verkleinwoord, meervoud |
| doorsteken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorsteken
- gebiedende wijs van doorsteken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorsteken
Vervoeging van doorsteek
doorsteekhele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorsteken
Vervoeging van doorsteek
doorsteekhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van door en steek
Woordfamilie van doorsteek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorsteekje | verkleinwoord | doorsteek |
| doorsteekjes | verkleinwoord meervoud | doorsteek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorsteek zijn vastgelegd.