doorseinen
werkwoordBetekenis
- naar een volgend kantoor seinen
Vervoeging van doorseinen
doorseinenhele werkwoord — seinde doorverleden tijd enkelvoud — seinden doorverleden tijd meervoud — doorgeseindvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sein door | seinde door |
| jij | seint door | seinde door |
| hij, zij, het | seint door | seinde door |
| wij | seinen door | seinden door |
| jullie | seinen door | seinden door |
| zij | seinen door | seinden door |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te seinen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen seinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal seinen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou seinen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden seinen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt seinen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen seinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen seinen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult seinen | bijzin, toekomende tijd |
| doorgeseind | verleden tijd, deelwoord |
| doorgeseind te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgeseind te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgeseind te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeseind te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeseind te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeseind worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgeseind zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgeseind zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgeseind zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgeseind zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorsein | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorseinde | bijzin, verleden tijd |
| doorseinden | bijzin, verleden tijd |
| doorseinend | onvoltooid, deelwoord |
| doorseint | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is doorgeseind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgeseind | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgeseind | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgeseind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeseind worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeseind zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgeseind worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgeseind zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgeseind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgeseind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgeseind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgeseind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgeseind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgeseind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgeseind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeseind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sein door | gebiedende wijs |
| seinde door | verleden tijd |
| te hebben doorgeseind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorseinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgeseind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgeseind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgeseind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgeseind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgeseind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgeseind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgeseind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgeseind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgeseind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeseind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorseinen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgeseind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorseinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorseinen door zou(dt) seinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorseinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgeseind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgeseind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorseinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgeseind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgeseind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeseind zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeseind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorseinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorseinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorseinen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgeseind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door bw en seinen ww
Woordfamilie van doorseinen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgeseind | voltooid deelwoord | doorseinen |
| doorgeseinde | woordvorm | doorseinen |
| doorsein | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorseinen |
| doorseinde | subordinate-clause, verleden tijd | doorseinen |
| doorseinden | subordinate-clause, verleden tijd | doorseinen |
| doorseine | with-subordinate-clause | doorseinen |
| doorseinend | onvoltooid deelwoord | doorseinen |
| doorseinende | woordvorm | doorseinen |
| doorseint | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorseinen |
| sein door | gebiedende wijs | doorseinen |
| seinde door | verleden tijd | doorseinen |
| seinden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorseinen |
| seine door | woordvorm | doorseinen |
| seinen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorseinen |
| seint door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorseinen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorseinen zijn vastgelegd.