Naar de inhoud

doorschuiven

iets aan iemand anders geven wat je eerst zelf gekregen hebt

doorschuiven

werkwoord

Betekenis

  1. iets aan iemand anders geven wat je eerst zelf gekregen hebt
  2. iets verplaatsen naar een later tijdstip

Vervoeging van doorschuiven

doorschuivenhele werkwoord — schoof doorverleden tijd enkelvoud — schoven doorverleden tijd meervoud — doorgeschovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuif door schoof door
jij schuift door schoof door
hij, zij, het schuift door schoof door
wij schuiven door schoven door
jullie schuiven door schoven door
zij schuiven door schoven door
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te schuiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal schuiven bijzin, toekomende tijd
door zou schuiven bijzin, voorwaardelijk
door zouden schuiven bijzin, voorwaardelijk
door zoudt schuiven bijzin, voorwaardelijk
door zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen schuiven bijzin, toekomende tijd
door zult schuiven bijzin, toekomende tijd
doorgeschoven verleden tijd, deelwoord
doorgeschoven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgeschoven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgeschoven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgeschoven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgeschoven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgeschoven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgeschoven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgeschoven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgeschoven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgeschoven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorschoof bijzin, verleden tijd
doorschoven bijzin, verleden tijd
doorschuif bijzin, tegenwoordige tijd
doorschuift bijzin, tegenwoordige tijd
doorschuivend onvoltooid, deelwoord
er is doorgeschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgeschoven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgeschoven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgeschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgeschoven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgeschoven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgeschoven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgeschoven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgeschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schoof door verleden tijd
schuif door gebiedende wijs
te hebben doorgeschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorschuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorschuiven bijzin, toekomende tijd
zijn doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorschuiven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorschuiven door zou(dt) schuiven bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorschuiven bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorschuiven bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorgeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorschuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorschuiven bijzin, toekomende tijd
zult doorgeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van door en schuiven

Woordfamilie van doorschuiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgeschoven voltooid deelwoord doorschuiven
doorschoof subordinate-clause, verleden tijd doorschuiven
doorschoven subordinate-clause, verleden tijd doorschuiven
doorschuif subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorschuiven
doorschuift subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorschuiven
doorschuive with-subordinate-clause doorschuiven
doorschuivend onvoltooid deelwoord doorschuiven
doorschuivende woordvorm doorschuiven
schoof door verleden tijd doorschuiven
schoven door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorschuiven
schuif door gebiedende wijs doorschuiven
schuift door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorschuiven
schuive door woordvorm doorschuiven
schuiven door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorschuiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorschuiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorschuiven

Wat is de betekenis van doorschuiven?
Doorschuiven is een werkwoord. De betekenis is: iets aan iemand anders geven wat je eerst zelf gekregen hebt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorschuiven?
Zo vervoeg je doorschuiven zo: het voltooid deelwoord is doorgeschoven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorschuiven is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. U 4
  9. I 1
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorschuiven levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. U 2
  9. I 2
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 zonder bonus
  14. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorschuiven in het kort

doorschuiven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorschuiven staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorschuiven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorschuiven: iets aan iemand anders geven wat je eerst zelf gekregen hebt
Deel doorschuiven — standaardnederlands.nl