doorreis
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'dorɛɪsBetekenis
- ergens komen tijdens een reis naar wat anders
Hoe spreek je doorreis uit?
/ˈdorɛis/
Doorreis bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorreisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doorreisjes | verkleinwoord, meervoud |
| doorreizen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorreizen
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorreizen
- gebiedende wijs van doorreizen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorreizen
Vervoeging van doorreis
doorreishele werkwoord
Herkomst
samenstelling van door en reis
Woordfamilie van doorreis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorreisje | verkleinwoord | doorreis |
| doorreisjes | verkleinwoord meervoud | doorreis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorreis zijn vastgelegd.