doorregen
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- ingevoegd in een groter geheel, gemengd maar de afzonderlijke stoffen zijn nog herkenbaar
- doorregen spek: spek met veel laagjes vlees tussen het vet in
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorregener | onverbogen, vergrotende trap |
| doorregeners | partitief, vergrotende trap |
| doorregens | partitief, stellende trap |
| doorregenst | onverbogen, overtreffende trap |
| doorregenste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorregenen
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorregenen
- gebiedende wijs van doorregenen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorregenen
Vervoeging van doorregen
doorregenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van door en regen ww
Woordfamilie van doorregen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorregener | vergrotende trap | doorregen |
| doorregeners | partitieve vergrotende trap | doorregen |
| doorregens | partitive, positive | doorregen |
| doorregenst | uninflected, superlative | doorregen |
| doorregenste | inflected, superlative | doorregen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorregen zijn vastgelegd.