doorloop
zelfstandig naamwoord, werkwoord /'do̝rlop/Betekenis
- het in zijn geheel zonder onderbreking doornemen van een toneel- of muziekstuk.
- diarree
- doorgang, gangpad
Hoe spreek je doorloop uit?
/ˈdo̝rlop/
Doorloop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| l | land |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorloopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doorloopjes | verkleinwoord, meervoud |
| doorlopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorlopen
Vervoeging van doorloop
doorloophele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dóórloop | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorlopen
- gebiedende wijs van doorlopen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorlopen
Vervoeging van doorloop
doorloophele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorlóóp | canonical |
Herkomst
zn: naamwoord van handeling van dóórlopen ww , op te vatten als samenstelling van door bw en loop zn
Woordfamilie van doorloop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorloopje | verkleinwoord | doorloop |
| doorloopjes | verkleinwoord meervoud | doorloop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorloop zijn vastgelegd.