Naar de inhoud

doorliggen

wonden krijgen door langdurig in dezelfde positie op bed te liggen

doorliggen

werkwoord

Betekenis

  1. wonden krijgen door langdurig in dezelfde positie op bed te liggen

Vervoeging van doorliggen

doorliggenhele werkwoord — lag doorverleden tijd enkelvoud — lagen doorverleden tijd meervoud — doorgelegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lig door lag door
jij ligt door laagt door
hij, zij, het ligt door lag door
wij liggen door lagen door
jullie liggen door lagen door
zij liggen door lagen door
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te liggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal liggen bijzin, toekomende tijd
door zou liggen bijzin, voorwaardelijk
door zouden liggen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt liggen bijzin, voorwaardelijk
door zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen liggen bijzin, toekomende tijd
door zult liggen bijzin, toekomende tijd
doorgelegen verleden tijd, deelwoord
doorgelegen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgelegen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorlaagt bijzin, verleden tijd
doorlag bijzin, verleden tijd
doorlagen bijzin, verleden tijd
doorlig bijzin, tegenwoordige tijd
doorliggend onvoltooid, deelwoord
doorligt bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
is doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lag door verleden tijd
lig door gebiedende wijs
te zijn doorgelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorliggen bijzin, toekomende tijd
zijn doorgelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorliggen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorliggen door zou(dt) liggen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorliggen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorliggen bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorliggen bijzin, toekomende tijd
zult doorgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorliggen bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorliggen door zult/zal liggen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door en liggen

Woordfamilie van doorliggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgelegen voltooid deelwoord doorliggen
doorlag subordinate-clause, verleden tijd doorliggen
doorlagen subordinate-clause, verleden tijd doorliggen
doorlig subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorliggen
doorligge with-subordinate-clause doorliggen
doorliggend onvoltooid deelwoord doorliggen
doorliggende woordvorm doorliggen
doorligt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorliggen
lag door verleden tijd doorliggen
lagen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorliggen
lig door gebiedende wijs doorliggen
ligge door woordvorm doorliggen
liggen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorliggen
ligt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorliggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorliggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorliggen

Wat is de betekenis van doorliggen?
Doorliggen is een werkwoord. De betekenis is: wonden krijgen door langdurig in dezelfde positie op bed te liggen.
Hoe vervoeg ik doorliggen?
Zo vervoeg je doorliggen zo: het voltooid deelwoord is doorgelegen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorliggen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. G 3
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorliggen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. G 3
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorliggen in het kort

doorliggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorliggen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorliggen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorliggen: wonden krijgen door langdurig in dezelfde positie op bed te liggen
Deel doorliggen — standaardnederlands.nl