doorloper
zelfstandig naamwoord 'dorlopərBetekenis
- een type schaats.
- een type puzzel waar woorden achtereenvolgens doorlopen, zonder zwarte/onderbrekende vakjes.
- iemand die doorloopt
- een postzegel waarbij de afbeelding doorloopt naar een naburige zegel
Hoe spreek je doorloper uit?
/ˈdorlopər/
Doorloper bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| l | land |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorlopers | meervoud |
| doorlopertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doorlopertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van doorlopen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van doorloper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorlopers | meervoud | doorloper |
| doorlopertje | verkleinwoord | doorloper |
| doorlopertjes | verkleinwoord meervoud | doorloper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorloper zijn vastgelegd.