doorladen
werkwoordBetekenis
- (van een vuurwapen) schietklaar maken door na het laden een kogel van het magazijn in de kamer te brengen
werkwoord
- schietklaar maken door na het laden een kogel van het magazijn in de kamer te brengen transitive
Vervoeging van doorladen
doorladenhele werkwoord — laadde doorverleden tijd enkelvoud — laadden doorverleden tijd meervoud — doorgeladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laad door | laadde door |
| jij | laadt door | laadde door |
| hij, zij, het | laadt door | laadde door |
| wij | laden door | laadden door |
| jullie | laden door | laadden door |
| zij | laden door | laadden door |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te laden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal laden | bijzin, toekomende tijd |
| door zou laden | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden laden | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt laden | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen laden | bijzin, toekomende tijd |
| door zult laden | bijzin, toekomende tijd |
| doorgeladen | verleden tijd, deelwoord |
| doorgeladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgeladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgeladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgeladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgeladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgeladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgeladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorlaad | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorlaadde | bijzin, verleden tijd |
| doorlaadden | bijzin, verleden tijd |
| doorlaadt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorladend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doorgeladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgeladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgeladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgeladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgeladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgeladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laad door | gebiedende wijs |
| laadde door | verleden tijd |
| te hebben doorgeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorladen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorladen door zou(dt) laden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorladen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door en laden
Woordfamilie van doorladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgeladen | voltooid deelwoord | doorladen |
| doorlaad | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorladen |
| doorlaadde | subordinate-clause, verleden tijd | doorladen |
| doorlaadden | subordinate-clause, verleden tijd | doorladen |
| doorlaadt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorladen |
| doorlade | with-subordinate-clause | doorladen |
| doorladend | onvoltooid deelwoord | doorladen |
| doorladende | woordvorm | doorladen |
| laad door | gebiedende wijs | doorladen |
| laadde door | verleden tijd | doorladen |
| laadden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorladen |
| laadt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorladen |
| lade door | woordvorm | doorladen |
| laden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorladen zijn vastgelegd.