doorlaten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- de toegang mogelijk maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van doorlaten
doorlatenhele werkwoord — liet doorverleden tijd enkelvoud — lieten doorverleden tijd meervoud — doorgelatenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laat door | liet door |
| jij | laat door | liet door |
| hij, zij, het | laat door | liet door |
| wij | laten door | lieten door |
| jullie | laten door | lieten door |
| zij | laten door | lieten door |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te laten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal laten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou laten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden laten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt laten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen laten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult laten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgelaten | verleden tijd, deelwoord |
| doorgelaten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgelaten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgelaten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgelaten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgelaten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgelaten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgelaten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgelaten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgelaten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgelaten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorlaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorlatend | onvoltooid, deelwoord |
| doorliet | bijzin, verleden tijd |
| doorlieten | bijzin, verleden tijd |
| er is doorgelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgelaten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgelaten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgelaten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgelaten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgelaten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgelaten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laat door | gebiedende wijs |
| liet door | verleden tijd |
| te hebben doorgelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorlaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorlaten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorlaten door zou(dt) laten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorlaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorlaten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorgelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord doorlaat
Herkomst
samenstelling van door en laten
Woordfamilie van doorlaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgelaten | voltooid deelwoord | doorlaten |
| doorlate | with-subordinate-clause | doorlaten |
| doorliet | subordinate-clause, verleden tijd | doorlaten |
| doorlieten | subordinate-clause, verleden tijd | doorlaten |
| laat door | gebiedende wijs | doorlaten |
| late door | woordvorm | doorlaten |
| laten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorlaten |
| liet door | verleden tijd | doorlaten |
| lieten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorlaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorlaten zijn vastgelegd.