doorklikken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een voorwerp op een webpagina aanklikken om naar een andere pagina te navigeren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van doorklikken
doorklikkenhele werkwoord — klikte doorverleden tijd enkelvoud — klikten doorverleden tijd meervoud — doorgekliktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klik door | klikte door |
| jij | klikt door | klikte door |
| hij, zij, het | klikt door | klikte door |
| wij | klikken door | klikten door |
| jullie | klikken door | klikten door |
| zij | klikken door | klikten door |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te klikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen klikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal klikken | bijzin, toekomende tijd |
| door zou klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen klikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen klikken | bijzin, toekomende tijd |
| door zult klikken | bijzin, toekomende tijd |
| doorgeklikt | verleden tijd, deelwoord |
| doorgeklikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeklikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorklik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorklikkend | onvoltooid, deelwoord |
| doorklikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorklikte | bijzin, verleden tijd |
| doorklikten | bijzin, verleden tijd |
| er is doorgeklikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgeklikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgeklikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgeklikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeklikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeklikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgeklikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgeklikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klik door | gebiedende wijs |
| klikte door | verleden tijd |
| te hebben doorgeklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorklikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorklikken | bijzin, toekomende tijd |
| zou doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorklikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorklikken door zou(dt) klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorklikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorklikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorklikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorklikken | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorklikken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal doorklikken door zult/zal klikken | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord doorklik
Herkomst
samenstelling van door bw en klikken ww
Woordfamilie van doorklikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgeklikt | voltooid deelwoord | doorklikken |
| doorgeklikte | woordvorm | doorklikken |
| doorklikke | with-subordinate-clause | doorklikken |
| doorklikkend | onvoltooid deelwoord | doorklikken |
| doorklikkende | woordvorm | doorklikken |
| doorklikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorklikken |
| doorklikte | subordinate-clause, verleden tijd | doorklikken |
| doorklikten | subordinate-clause, verleden tijd | doorklikken |
| klik door | gebiedende wijs | doorklikken |
| klikke door | woordvorm | doorklikken |
| klikken door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorklikken |
| klikt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorklikken |
| klikte door | verleden tijd | doorklikken |
| klikten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorklikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorklikken zijn vastgelegd.