doorbetalen
werkwoordBetekenis
- blijven geld geven
Vervoeging van doorbetalen
doorbetalenhele werkwoord — betaalde doorverleden tijd enkelvoud — betaalden doorverleden tijd meervoud — doorbetaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | betaal door | betaalde door |
| jij | betaalt door | betaalde door |
| hij, zij, het | betaalt door | betaalde door |
| wij | betalen door | betaalden door |
| jullie | betalen door | betaalden door |
| zij | betalen door | betaalden door |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| betaal door | gebiedende wijs |
| betaalde door | verleden tijd |
| door te betalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen betalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal betalen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou betalen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden betalen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt betalen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen betalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen betalen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult betalen | bijzin, toekomende tijd |
| doorbetaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorbetaald | verleden tijd, deelwoord |
| doorbetaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorbetaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorbetaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorbetaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorbetaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorbetaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorbetaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorbetaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorbetaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorbetaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorbetaalde | bijzin, verleden tijd |
| doorbetaalden | bijzin, verleden tijd |
| doorbetaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorbetalend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doorbetaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorbetaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorbetaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorbetaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorbetaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorbetaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorbetaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorbetaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorbetaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorbetaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorbetaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorbetaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorbetaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben doorbetaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorbetalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorbetaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorbetaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorbetaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorbetaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorbetaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorbetaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorbetaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorbetalen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorbetalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorbetalen door zou(dt) betalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorbetalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorbetaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorbetalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorbetaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorbetaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorbetaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorbetaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorbetalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorbetalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door en betalen
Woordfamilie van doorbetalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betaal door | gebiedende wijs | doorbetalen |
| betaalde door | verleden tijd | doorbetalen |
| betaalden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorbetalen |
| betaalt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorbetalen |
| betale door | woordvorm | doorbetalen |
| betalen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorbetalen |
| doorbetaal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorbetalen |
| doorbetaald | voltooid deelwoord | doorbetalen |
| doorbetaalde | subordinate-clause, verleden tijd | doorbetalen |
| doorbetaalden | subordinate-clause, verleden tijd | doorbetalen |
| doorbetaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorbetalen |
| doorbetale | with-subordinate-clause | doorbetalen |
| doorbetalend | onvoltooid deelwoord | doorbetalen |
| doorbetalende | woordvorm | doorbetalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorbetalen zijn vastgelegd.