doodwerken
werkwoord ˈdotwɛrkə(n)Betekenis
- te hard werken
- mensen heel hard laten werken
Hoe spreek je doodwerken uit?
/ˈdotwɛrkən/
Doodwerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- zich erg inspannen met overlijden als gevolg reflexive
- zich erg of overmatig inspannen reflexive
- erg of overmatig hard laten werken transitive
- zolang blijven aanpassen dat het leven eruit verdwijnt en het minder aansprekend wordt transitive
Vervoeging van doodwerken
doodwerkenhele werkwoord — werkte doodverleden tijd enkelvoud — werkten doodverleden tijd meervoud — doodgewerktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | werk dood | werkte dood |
| jij | werkt dood | werkte dood |
| hij, zij, het | werkt dood | werkte dood |
| wij | werken dood | werkten dood |
| jullie | werken dood | werkten dood |
| zij | werken dood | werkten dood |
Alle 87 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dood te werken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| dood te zullen werken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| dood zal werken | bijzin, toekomende tijd |
| dood zou werken | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zouden werken | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zoudt werken | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zullen werken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dood zullen werken | bijzin, toekomende tijd |
| dood zult werken | bijzin, toekomende tijd |
| doodgewerkt | verleden tijd, deelwoord |
| doodgewerkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgewerkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodwerk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodwerkend | onvoltooid, deelwoord |
| doodwerkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodwerkte | bijzin, verleden tijd |
| doodwerkten | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doodgewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgewerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben doodgewerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doodwerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| werk dood | gebiedende wijs |
| werk u/je dood, werkt je dood | gebiedende wijs |
| werkte dood | verleden tijd |
| zal doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doodwerken | bijzin, toekomende tijd |
| zal me doodwerken | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich doodwerken | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je doodwerken | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich doodgewerkt hebben | verleden tijd |
| zich doodwerkend | onvoltooid, deelwoord |
| zou doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doodwerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doodwerken dood zou(dt) werken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doodwerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doodgewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doodwerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodwerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doodwerken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen je doodwerken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons doodwerken | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich doodwerken | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult doodgewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doodwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doodwerken | bijzin, toekomende tijd |
| zult u doodwerken | tweede persoon |
| zult u doodwerken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u doodwerken | tweede persoon |
| zult zich/u doodwerken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult/zal doodwerken dood zult/zal werken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van dood zn en werken ww **[2], [3] intensiverende vorm
Woordfamilie van doodwerken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doodgewerkt | voltooid deelwoord | doodwerken |
| doodgewerkte | woordvorm | doodwerken |
| doodwerk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodwerken |
| doodwerke | with-subordinate-clause | doodwerken |
| doodwerkend | onvoltooid deelwoord | doodwerken |
| doodwerkende | woordvorm | doodwerken |
| doodwerkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodwerken |
| doodwerkte | subordinate-clause, verleden tijd | doodwerken |
| doodwerkten | subordinate-clause, verleden tijd | doodwerken |
| werk dood | gebiedende wijs | doodwerken |
| werke dood | woordvorm | doodwerken |
| werken dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doodwerken |
| werkt dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doodwerken |
| werkte dood | verleden tijd | doodwerken |
| werkten dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doodwerken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodwerken zijn vastgelegd.