Naar de inhoud

doodvriezen

omkomen door te veel kou

doodvriezen

werkwoord

Betekenis

  1. omkomen door te veel kou

Vervoeging van doodvriezen

doodvriezenhele werkwoord — vroor doodverleden tijd enkelvoud — vroren doodverleden tijd meervoud — doodgevrorenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vries dood vroor dood
jij vriest dood vroor dood
hij, zij, het vriest dood vroor dood
wij vriezen dood vroren dood
jullie vriezen dood vroren dood
zij vriezen dood vroren dood
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dood te vriezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen vriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal vriezen bijzin, toekomende tijd
dood zou vriezen bijzin, voorwaardelijk
dood zouden vriezen bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt vriezen bijzin, voorwaardelijk
dood zullen vriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen vriezen bijzin, toekomende tijd
dood zult vriezen bijzin, toekomende tijd
doodgevroren verleden tijd, deelwoord
doodgevroren te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgevroren zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodvries bijzin, tegenwoordige tijd
doodvriest bijzin, tegenwoordige tijd
doodvriezend onvoltooid, deelwoord
doodvroor bijzin, verleden tijd
doodvroren bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn doodgevroren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodvriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vries dood gebiedende wijs
vroor dood verleden tijd
waart doodgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgevroren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgevroren voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgevroren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgevroren voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodvriezen bijzin, toekomende tijd
zijn doodgevroren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodvriezen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doodvriezen dood zou(dt) vriezen bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodvriezen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodvriezen bijzin, voorwaardelijk
zullen doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodvriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodvriezen bijzin, toekomende tijd
zult doodgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doodvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doodvriezen bijzin, toekomende tijd
zult/zal doodvriezen dood zult/zal vriezen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dood en vriezen ww

Woordfamilie van doodvriezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodgevroren voltooid deelwoord doodvriezen
doodvries subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodvriezen
doodvriest subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodvriezen
doodvrieze with-subordinate-clause doodvriezen
doodvriezend onvoltooid deelwoord doodvriezen
doodvriezende woordvorm doodvriezen
doodvroor subordinate-clause, verleden tijd doodvriezen
doodvroren subordinate-clause, verleden tijd doodvriezen
vries dood gebiedende wijs doodvriezen
vriest dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doodvriezen
vrieze dood woordvorm doodvriezen
vriezen dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodvriezen
vroor dood verleden tijd doodvriezen
vroren dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodvriezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodvriezen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodvriezen

Wat betekent doodvriezen?
Doodvriezen is een werkwoord. Het woord betekent: omkomen door te veel kou.
Hoe vervoeg je doodvriezen?
Je vervoegt doodvriezen als volgt: het voltooid deelwoord is doodgevroren. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodvriezen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. V 4
  6. R 2
  7. I 1
  8. E 1
  9. Z 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodvriezen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. V 4
  6. R 2
  7. I 2
  8. E 1
  9. Z 5
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodvriezen in het kort

doodvriezen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doodvriezen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doodvriezen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doodvriezen: omkomen door te veel kou
Deel doodvriezen — standaardnederlands.nl