doodverven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- in de grondverf zetten van een nieuw schilderwerkstuk
- het maken van een onderschildering voor een schilderij, vaak in één donkere kleur en wit, waarmee de lichte en donkere partijen van de voorstelling worden geschetst, of ook wel fotorealistisch worden uitgewerkt
- een mogelijke kandidaat bij voorbaat kenschetsen als juiste persoon voor een functie of de winnaar van een verkiezing e.d.
Vervoeging van doodverven
doodvervenhele werkwoord — doodverfdeverleden tijd enkelvoud — doodverfdenverleden tijd meervoud — gedoodverfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doodverf | doodverfde |
| jij | doodverft | doodverfde |
| hij, zij, het | doodverft | doodverfde |
| wij | doodverven | doodverfden |
| jullie | doodverven | doodverfden |
| zij | doodverven | doodverfden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doodverf | gebiedende wijs |
| doodverfde | verleden tijd |
| doodverve | aanvoegende wijs |
| doodvervend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedoodverfd | verleden tijd, deelwoord |
| gedoodverfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoodverfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedoodverfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoodverfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoodverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doodverven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedoodverfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doodverven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedoodverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doodverven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doodverven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedoodverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord doodverf
Herkomst
In de betekenis van ‘kenschetsen’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Woordfamilie van doodverven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doodverfde | verleden tijd | doodverven |
| doodverfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doodverven |
| doodverft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doodverven |
| doodverve | aanvoegende wijs | doodverven |
| doodvervend | onvoltooid deelwoord | doodverven |
| doodvervende | woordvorm | doodverven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodverven zijn vastgelegd.